Kijkend naar de schitterende sterren,
kijkend naar de maan,
die zich heel voordoet maar toch niet is.
Ik sluit mijn ogen en droom weg,
ver weg,
terug naar de supermarkt van enthousiasme.
Ik koop een kopje energie,
neem een hap van plezier.
Stiekem snoep ik ook eens van glimlach en van zwijgen.
Het aperitief van het zevengangen menu.
Gang in, gang uit, tot sluitingstijd aanbreekt.
En daar begint de strijd weer, de dagelijkse sleur.
Het weerzien is eerst altijd prachtig,
tot de moerassen van ellende overstromen.
Met mijn bootje pedel en pedel ik.
Ik neem mijn kompas erbij,
probeer mij te oriënteren,
toch beland ik in een draaikolk van risico terecht.
Ik kom twee deuren tegen, ' hoofdzaken ' en ' bijzaken '.
De beide onderscheiden maakt het moeilijk en maakt dat ik in verboden gebied kom.
De vergissing is nabij,
toch maakt de stroom van ideeën het nadenken makkelijker.
Ik kom terecht op het strand van pessimisme en gaandeweg kom ik de oase van bezinning en zelfkennis tegen.
Het voelde aan als een bitterzoete dag en had mijn koffers al gepakt,
klaar voor vertrek,
klaar om naar een andere wereld te gaan
.
Ik loop rond,
tot ik aan een autosnelweg kom.
Al liftend stapte ik langst stapvoets verkeer.
Wachtend op de juiste auto, de juiste uitdaging.
Uiteindelijk stapte ik in in de auto van overzicht.
Het werd tijd dat er orde in de zaken kwam.
We reden zo snel, zo snel als de snelheid van het licht en werden abrupt gestopt door een rood licht.
Alle wegen kwamen op het zelfde uit :
' staren in het kille gordijn van het leven'.
.
Hier stond ik dan weer,
dwalend en hopend naar vrijehid.
Het begon te regenen,
bergen van werk bliksemde neer op mij.
De planning speelde mij parten,
volharding was alles wat ik nodig had.
Eindelijk, de piramide van concentratie had ik niet meer nodig,
ik pakte de trein naar verandering.
Ondertussen was ik nog aan het perron ' verheugen ' gestopt
.
Ik kwam aan en ontroering vloog al tegen mij aan.
Ik kon niet anders dan deze te omarmen.
Weg hier, weg van deze plaats.
Samen met ontroering vloog ik naar het land van ooit ( misschien, nooit,..).
Ik werd overvallen door de geur van onbekend gebied,
ik krijste.
Geen geluk te zien,
enkel een muur.
Een muur opgebouwd uit bakstenen van falen en cement van geweten.
Ik dacht alleen maar aan ontsnappen uit dit diepe dal,
naar hogere toppen klimmen.
Impuls kwam naar boven en zei ' Je komt er wel ',
en de muur was verdwenen.
Dagen, weken, maanden lang heb ik bepaalde dingen ontdekt.
Sommige met verbazing,
sommige met tegenzin.
Ik kwam uiteindelijk terecht in evolutie.
Ik kon dansen in het woud van kleur en experimenteren met de bomen van mogelijkheden.
Ik kon kijken naar de lucht van inspiratie en luisteren naar de vogels van onafhankelijkheid.
Dit is mijn plaats, mijn moment.
Ik slaag mijn tentje hier op
.
Op een dag, ging ik naar de bloem van wijsheid.
' Er staat een verassing op je te wachten, aan de andere kant van de heuvel'.
Er ontstond twijfel,
zou ik deze uitdaging wel aangaan?
Ik pakte mijn fiets en ging tot het uiterste.
Vlagen van tegewind probeerde mij te stoppen,
maar het zelfvertrouwen laaide op.
Het moment brak aan,
the point of no return.
En daar stond ik dan ineens weer,
in het land van ooit ( misschien, nooit,.. )
Er stond een pakje.
Open doen,
of niet ?
Open doen !
Alles waar ik maar mocht van dromen,
kwam me tegemoet.
Mijn leven ontdekken in een doosje,
wie had dat gedacht?
Ik ontwaak uit mijn droom en denk na over wat mij nog te wachten kan staan.
Ik kijk al uit naar de lange avonden,
gezellig samen zijn,
genieten van details,
ik vind de idealen die mij toebehoren.
Of misschien blijven illusies wel onwaarschijnlijk?